Waarom elke fotograaf schilderkunst nodig heeft
06-01-2026
Schilderkunst en fotografie spreken in grote lijnen dezelfde beeldtaal. Ze gebruiken hetzelfde alfabet van licht, lijn, kleur, ruimte, ritme. Een beeld is immers een beeld. Of je het nu opbouwt met olieverf of dat het bestaat uit pixels. De kijker krijgt een canvas, en op dat canvas gebeurt iets.
Het grote verschil zit hem in de totstandkoming.
Een schilderij begint met niets. Met een leeg vlak en een besluit. Zelfs wanneer een schilder “realistisch” werkt, blijft het beeld een reeks keuzes die langzaam, bewust tot stand komen.
Een foto begint met iets dat er was. Met licht dat echt heeft bestaan op een echt moment. En zelfs als die foto geënsceneerd is, blijft er een soort hardnekkige aanwezigheid: dit stond voor de lens. Dat geeft fotografie haar eigenaardige geloofwaardigheid.
En juist omwille van dit verschil, raad ik fotografen aan om zich te laten inspireren op schilderkunst.
Schilderkunst heeft nooit hoeven bewijzen dat ze de waarheid sprak. Daardoor kon ze vrij denken, overdrijven, abstraheren. Fotografen dragen nog altijd de last van de waarheidsclaim. Zelfs wanneer ze kunst maken. Alsof de camera een neutrale ambtenaar is die ter plaatse komt, een stempel zet en weer vertrekt
Wie zich laat inspireren door schilderkunst, leert dat een beeld niet hoeft te bewijzen wat er was, maar mag tonen wat het betekende.
Zo laat Rembrandt licht vallen waar hij wil. Een hoek licht op een wang, een stukje schaduw dat net níét vertelt wat er achter zit: kijkers noemen het “dramatisch”, maar eigenlijk is het gewoon sturing. Je blik wordt gecommandeerd.
Dit is een bewustzijn waar veel fotografen ook mee aan de slag moeten. Een camera is geen venster. Het is een mening. En hoe beter je die mening leert formuleren, via licht, kleur, ruimte, focus, beweging, hoe minder je nog afhankelijk bent van “mooie plekken” of “goed weer”. Dan kan zelfs een ordinair bushokje een beeld worden dat blijft hangen.
